Thomas a Kempis

Thomas a Kempis

Thomas werd geboren in Kempen, nabij Krefeld, als zoon van Jan en Gertrude Hemerken. Deze familienaam verwijst naar het beroep van zijn vader die in de metaalbewerking werkzaam was. In 1393 werd Thomas naar de school in Deventer (het centrum van de Moderne Devotie) gestuurd, die geleid werd door de Broeders des Gemenen Levens. Zijn broer was hem daar reeds voorafgegaan, maar deze bleek al enige tijd te vertoeven in de recent gestichte Congregatie van Windesheim. Zijn broer bezorgde Thomas wel een introductiebrief voor de superior van Broeders van het Gemene Leven te Deventer, Florens Radewijns. Thomas werd te Deventer goed ontvangen en volgens de leer van de Moderne Devotie van Geert Grote opgeleid. Hij verbleef zeven jaar in de Hanzestad Deventer en logeerde in het huis van Radewijns onder wiens directe invloed hij stond.

Tijdens zijn studies bleek hij heel vaardig in het kopiëren van manuscripten. Daarna vestigde hij zich als een succesvol kopiist en kon zo zichzelf onderhouden. Later trad hij toe tot de reguliere augustijner kanunniken in de priorij van het Bergklooster op de Sint-Agnietenberg nabij Zwolle, waar zijn broer hem reeds was voorgegaan en prior was geworden. Hij werd tot priester gewijd in 1413 en werd subprior in 1429.

Thomas a Kempis behoorde tot de school van mystici die verspreid waren langs de Rijn van Zwitserland tot Straatsburg, Keulen en in de Nederlanden. Hij leidde een rustig leven, afgezien van de opschudding rond de weigering van de paus om Rudolf van Diepholt te erkennen, die tot bisschop te Utrecht was verkozen. Hij verdeelde zijn tijd tussen het opdragen van het Misoffer in de hem toegewezen kapellen, biechthoren, devotie-oefeningen, schrijven en kopiëren. Het schijnt dat de uitdrukking “met een boekje in een hoekje” (In omnibus requiem quaesivi et nusquam inveni nisi in angulo cum libro) van hem afkomstig is; in elk geval was deze zeker op hem van toepassing.

Op 11 november 1897 werd een monument voor hem onthuld in de Michaëlkerk aan de Roggestraat in Zwolle, in het bijzijn van de rooms-katholieke aartsbisschop van Utrecht.

Bron: Wikipedia