De Wijding

De priesterwijding

In allerlei godsdiensten is er een middelaar tussen God en mensen. Omdat God in ons menselijk ervaren verschillende kanten heeft – de liefdevolle en de wraakzuchtige kant, de trouwe en de onberekenbare kant – is het te risicovol God rechtstreeks te benaderen en worden mannen en vrouwen gezocht om dat voor het volk te doen. Zij zetten zich daarvoor in door offers te brengen, te bidden et cetera. Daarmee hebben ze een aparte plek, levensstaat en gaven.

In de rooms-katholieke kerk hebben alle gedoopte en gevormde gelovigen een taak en een opdracht: ze delen in het algemeen priesterschap. Ze worden uitgedaagd in woord en daad te getuigen van Gods menslievendheid in Jezus en de herscheppende kracht van de Geest. In die gemeenschap voelen sommigen zich geroepen zich volledig in te zetten voor dat getuigenis. Ze willen daarvoor hun leven geven. Voor vrouwen en mannen zijn er niet dezelfde mogelijkheden: vrouwen kunnen zuster worden, mannen monnik, bisschop, priester of diaken.

Tijdens zijn wijding krijgt de priester de handen opgelegd. De bisschop die dat doet geeft daarmee de kracht van Jezus Christus en de gave van de Geest door die ook hem tot priester gemaakt heeft. In het Nieuwe Testament zegt de brief aan de Hebreeën (Hebreeën 9,11-14) uitdrukkelijk dat Jezus onze hogepriester is: hij heeft zijn hele leven in dienst gesteld van God; hij heeft geen offers gebracht, maar is offer geworden. Een tweede nieuwtestamentische notie is het verhaal van de voetwassing. In het evangelie van Johannes (Johannes 13, 1-17) staat daar waar de andere evangelisten schrijven over het laatste avondmaal, het verhaal van de voetwassing. Jezus wast de voeten van de leerlingen en geeft zo het onderling dienstbetoon als opdracht.

De priester wordt gewijd voor de dienst aan een parochie. Die dienst heeft twee kanten: de priester staat ín de parochie, hij heeft er hier en nu de zorg voor; en de priester staat tegenóver de parochie en is door wijding en ambt verbonden met de bisschop en zo met de wereldwijde kerk en traditie van eeuwen. In het voorgaan in de eucharistie en het vieren van andere sacramenten viert de geloofsgemeenschap dat ze door Christus gevoed wordt en één lichaam van Christus is.

En hoe zit dat met de pastoraal werk(st)er?
Wanneer je vrouw bent, is het niet mogelijk in de rooms-katholieke kerk, priester of diaken te worden. Ook voor gehuwde mannen staat het ambt niet open. (Dat is anders dan in de meeste protestante kerken, in de anglicaanse kerk en bij de Oud-katholieken). Toch zijn er in Nederland nogal wat vrouwen en mannen die theologie hebben gestudeerd en zich geroepen weten tot pastoraal werk. Voor dit werk ontvangen zij een zending van de bisschop, maar zij mogen de sacramenten niet bedienen (met als uitzondering soms het doopsel). Voor sommigen is het pijnlijk niet gewijd te kunnen worden op grond van hun sekse of levensstaat. Nu er een ontwikkeling is van groeiende samenwerking van pastores ten behoeve van diverse parochies, is het duidelijk dat ze delen in het pastorale ambt waarbij een ieder – gewijd of ongewijd – de eigen talenten kan aanwenden.

Er zijn ook mannen die na een opleiding tot permanent diaken gewijd worden, zelfs voor gehuwde mannen die naast hun baan hun leven in dienst van het Evangelie willen stellen.

De kerk bidt om roepingen om haar dienstwerk te kunnen voortzetten.

Meer informatie op de site: jekomtalsgeroepen.nl