Aswoensdag is de eerste dag van de Veertigdagentijd. Op deze dag zet de priester met as een kruisje op het voorhoofd van de kerkgangers, om hen aan te sporen tot bezinning, boete en bekering. Aswoensdag is een verplichte vastendag.

Pasen en vasten
In de katholieke Kerk werd het in de tweede eeuw gangbaar om ter voorbereiding op Pasen te vasten. Aanvankelijk vastten christenen alleen de drie dagen direct voorafgaand aan Pasen, later werd dat uitgebreid naar de hele Goede Week. Pas op het einde van de derde eeuw kwamen de veertig dagen voor Pasen in zwang als een doorlopende tijd van vasten en boete, naar analogie van de veertig dagen die Jezus zelf vastend in de woestijn had doorgebracht. Gedurende de drie laatste dagen van de Veertigdagentijd onthield men zich volledig van voedsel.

Eigen geweten
Net als Goede Vrijdag is Aswoensdag in de meest recente editie van het kerkelijk wetboek als algemeen verplichte vastendag voorgeschreven (canon 1251). De Nederlandse Bisschoppenconferentie heeft daarbij in 1989 aangetekend: “Wij bepalen dat Aswoensdag en Goede Vrijdag dagen van verplichte vasten en onthouding in spijs en drank zijn en dat verder het bepalen van de wijze van de beoefening van boete en onthouding aan het eigen geweten en initiatief van de gelovigen wordt overgelaten.”

Aanvang Veertigdagentijd
Omdat in de Kerk op zondagen niet werd gevast bepaalde paus Gregorius de Grote (590-604) dat de Veertigdagentijd voortaan 46 dagen voor Pasen moest aanvangen. Zo bleven er, na aftrek van de zondagen, tot Pasen veertig werkelijke vastendagen over. Door de bepaling van Gregorius de Grote vangt de veertigdaagse Vasten voortaan aan op een woensdag: Aswoensdag.

Askruisje
Op Aswoensdag ontvangt de gelovige in de Mis die het officiële begin van de veertigdagentijd markeert, het zogeheten ‘askruisje’. De priester zet met as op het voorhoofd van de gelovige een kruisje, ten teken dat hij een tijd van bezinning, bekering en boete ingaat.

Stof
Terwijl de priester het askruisje zet, zegt hij doorgaans tegen iedere gelovige afzonderlijk: ‘Bedenk wel, mens, dat ge stof zijt en tot stof zult wederkeren’. Deze tekst is gebaseerd op het ‘doodvonnis’ dat God na de zondeval over de mensheid uitsprak (Genesis 3,19). Soms gebruikt de priester een andere formule: ‘Bekeert u en gelooft in het Evangelie’. Deze formule is minder gangbaar, maar ook zeer toepasselijk.

Openbare boete
De huidige Aswoensdag-praktijk is een verkorte versie van de asbestrooiing die in de vroege Middeleeuwen openbare zondaars ten deel viel. Zondaars die volgens kerkelijk recht of kerkelijk gebruik een openbare boetedoening was opgelegd, werden op Aswoensdag tijdens een indrukwekkende plechtigheid met gewijde as bestrooid. Daarna werden zij door de priester naar de deur geleid en de kerk uit gestuurd, zoals de eerste mensen vanwege zijn zonde uit het paradijs werden verdreven. Tot Witte Donderdag werd de boetelingen de toegang tot de kerk en deelname aan de eucharistie ontzegd. In de elfde eeuw raakte de openbare boetedoening in onbruik. Voortaan werden op Aswoensdag alle gelovigen met as bekruist, vanuit de gedachte dat alle mensen zondigen ten opzichte van God en hun naasten.

Vergankelijkheid en zuiverheid
Dat op Aswoensdag een kruisje met as gezet wordt, is goed te verklaren. As herinnert namelijk aan de vergankelijkheid van ons leven. Daarnaast is as ook door het vuur gezuiverd: een beeld voor de zuivering van onze Zonden die Christus door zijn dood heeft bewerkstelligd.

Palmtakken
Sinds de tiende eeuw wordt de op Aswoensdag gebruikte as voorafgaand aan de mis gewijd. Sinds de veertiende eeuw wordt de gebruikte as bovendien gewonnen door de palmtakken van de Palmzondag van het voorgaande jaar te verbranden. Die takken waren het teken van overwinning en zegepraal; hun as verbeeldt juist vernedering en rouw.

Zak en as
Als teken van berouw en vasten is het gebruik van as in de Bijbel algemeen bekend. De boeteling strooide zich as over het hoofd. Vaak ging hij daarbij gehuld in een zak, die als boetekleed werd gedragen. Vandaar de uitdrukking ‘in zak en as zitten’.