De vrouw die niet veroordeeld werd

Preek 12/13 maart 5e zondag 40dagentijd

jesusmafa.com

jesusmafa.com

Johannes 8,1-11

Afgelopen dinsdag op internationale vrouwendag verscheen een onderzoek naar de beleving van vrije tijd. Mannen en vrouwen hebben gemiddeld evenveel tijd die ze niet besteden aan hetzij werk hetzij zorgtaken. Maar die “vrije tijd” beleven vrouwen heel anders dan mannen. Ze hebben altijd in hun hoofd wat er nog moet gebeuren in huis, voelen zich verantwoordelijk dat hun man en kinderen lekker in hun vel zitten. Die onderzoekers spraken van ‘emotion work’. Daarom zouden vrouwen liever buitenshuis ontspannen – terwijl mannen makkelijker de boel de boel kunnen laten en in hun vrije tijd thuis zelfs ontspannen door een klusje te doen of iets met de kinderen.

Ik vond het een nogal confronterend artikel – want ik moet hier opbiechten dat dit verschil tussen man en vrouw een pijnlijke rol speelt bij ons thuis. En dan moest ik nou net preken over een Evangelie waarin Jezus een groep respectábele mannen doet beseffen dat ze Gods wet harteloos en onbarmhartig proberen toe te passen: ze wéten wel wat er geschreven staat maar spannen er een valstrik mee waarmee ze zowel Jezus als die vrouw naar het leven staan.

Jezus laat zich echter niet provoceren, hij schrijft iets met zijn vinger…

Wát schreef Jezus nou precies op de grond?

Dit is immers de enige keer dat we lezen dat Jezus ooit iets geschreven heeft! We kennen zijn leven, zijn woorden en wonderen alleen uit wat anderen over hem geschreven hebben.

Het is niet eens zeker dát hij geschreven heeft want er zijn allerlei aanwijzingen dat deze hele passage van de overspelige vrouw later ingelast is in het Evangelie van Johannes.

Ook de woorden van Jezus zijn raar. Hij komt naar de tempel om te onderrichten nadat hij de nacht heeft doorgebracht op de Olijfberg – de plek waar hij zich terugtrok om te bidden en waar hij later wordt gearresteerd. En dan komen ze bij hem met een concrete vraag, naar de bekende weg: moeten we doen wat de wet van Mozes zegt? En hij bukt zich alleen maar en schrijft.

Als ze aandringen zegt hij iets wat lijkt op de wet van Mozes: een beschuldiging van overspel moest worden ingebracht door 2 getuigen zijn en díe moesten zelf de eerste steen werpen. Want wat hier gebeurt is wel een beetje verdacht: de schriftgeleerden hebben een pracht van een val open gezet voor Jezus. Als hij ingaat tegen de wet van Mozes is hij geen goede rabbi. Maar recht om iemand ter dood te brengen hadden de Joden helemaal niet op dit moment: Jezus zelf moest daarvoor immers naar Pontius Pilatus worden gebracht. En het ergste aan een steniging is natuurlijk dat het het tegendeel is van Jezus’ blijde boodschap van liefde, van barmhartigheid, van vergeving.

Jezus bukt zich om met zijn vinger op de grond te schrijven. Juist dat zou de schriftgeleerden aan het denken kunnen zetten. Want als Mozes na 40 dagen van de berg Sinai komt met de 10 geboden op twee stenen platen van het verbond, en woedend wordt dat het volk intussen een afgodsbeeld heeft gemaakt van een gouden kalf, dan smijt hij ze kapot: “De stenen tafelen, door Gods vinger beschreven” . In die Wet van Mozes had God eigenhandig zijn liefde voor zijn volk uitgedrukt!

 

Pas als ze aandringen richt Jezus zich even op, zet hén nu voor het blok met “wie zonder zonde is werpe de eerste steen” en begint dan een tweede keer te schrijven, zoals ook Mozes een tweede keer de berg opging om de geboden opnieuw te ontvangen.

Als ze een voor een zijn afgedropen vraagt hij de vrouw een volstrekt overbodige vraag: “vrouw, waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld?” In feite troost hij haar met die vraag. Ze is niet alleen ontkomen aan de steniging maar ook is haar schande gerelativeerd doordat al die eerbiedwaardige mannen met hun staart tussen de benen afdropen. Die mannen staan te kijk – maar ze hebben er hun menswaardigheid mee teruggekregen, zijn veranderd van agressieve daders in mensen als u en ik die keer op keer zélf verlangen naar vergeving ondanks alles wat we verkeerd doen.

Tot nu toe keken we naar de mannen in dit verhaal: beschamend. Maar als we kijken hoe dit verhaal in Afrika geschilderd is – een afbeelding uit “het leven van Jezus volgens de Mafa” dan steekt die vrouw met kop en schouders boven de mannen uit, letterlijk. Zij is mooi gekleed en staat rechtop, terwijl die kerels er geniepig gebogen omheen staan. Maar haar ogen heeft ze gesloten en haar wangen blozen van schaamte.   Zou ze bang zijn? En waarom heeft ze haar hand open?

Ik heb een keer ruzie gekregen over deze afbeelding met een vrouw uit Afrika. Het was op een congres over HIV/AIDS georganiseerd door CORDAID, waar ook de Vastenaktie onder valt. Ik had deze afbeelding laten zien als illustratie hoe stigmatisering werkt: iemand uitsluiten uit de gemeenschap en daarmee ten dode opschrijven omdat hij de regels op sexueel gebied heeft overtreden en de gevolgen helemaal alleen moet dragen. Maar deze vrouw had schoon genoeg van afbeeldingen zoals deze: volgens haar bevestigde het het idee dat vrouwen hier altijd de schuld van krijgen en voor moeten opdraaien, ze kon het niet meer aanzien! De voorzitter van het congres greep in met een zin die me altijd is bijgebleven: we weten immers allemaal wat Jezus daar in het zand schreef: “waar is de man?” Ze hadden het overspel immers op heterdaad betrapt …

 

Voor vrouwen in katakwi Oeganda is het leven niet alleen zwaar door ‘emotion work’. Als de kinderen niet naar school kunnen omdat er geen geld voor schooluniformen is komt alles op hen neer. Water halen, steeds verder weg, drukt letterlijk op hun hoofd. En als er gespaard moet worden in een gemeenschappelijke microkrediet bank om bij toerbeurt te kunnen investeren dan draait alles om hun huishoud-gymnastiek. U kent de verhalen en enkele foto’s tijdens de collecte zullen ze weer bij u oproepen.

Maar dat wij tot besef komen over ons aandeel in de klimaatverandering die in Katakwi tot droogte leidt is niet eens de belangrijkste conclusie in deze veertigdagentijd. We mogen elkaar troosten en voor elkaar bidden. Father John Silver is dankbaar voor onze solidariteit, hij bidt voor ons en vraagt ons gebed. Hij laat de mensen in zijn eigen gemeenschap óók gaven in een vastendoosje doen, niet dat dat veel geld oplevert maar wel het besef: in deze veertigdagentijd mogen we allemaal tot inkeer komen, terugkomen bij God die onze namen geschreven heeft in de palm van zijn hand. We mogen ons oprichten uit wat we verkeerd hebben gedaan en hebben daarbij onze handen vol aan onszelf. We hebben Gods liefde en barmhartigheid hard nodig en mogen die doorgeven aan elkaar, juist aan de mensen die het moeilijk hebben: mannen en vrouwen. Laten we het “emotion work” samen doen.

Amen.

 

Diaken Michael Buijkx