Pastorale Column februari 2020

Vastenavond

Eerdaags begint weer de veertigdagentijd en gaan we ons opmaken voor het hoogtepunt van het kerkelijke jaar, namelijk: Pasen.

Op de vooravond van Aswoensdag en de vastentijd wordt er door veel mensen carnaval gevierd. Er lijkt een groot contrast te zijn tussen het uitbundige en feestvierende van carnaval, en de soberheid van de veertig dagen die er op volgen.

Ja, het vieren van Pasen is een uiterst serieuze zaak, zoals eigenlijk elke keer dat wij Eucharistie vieren. Maar het is dus wel iets wat wij víeren.

We komen bij elkaar om te vieren dat de Heer ons de blijde boodschap heeft gegeven, dat wij eeuwig met Hem zullen mogen leven.

Ons vieren is, zeker in de Rooms katholieke Kerk, een mengeling van een serieuze aandacht voor ons leven en ons geloof. En anderzijds ook de aandacht voor het móóie daarvan. En dat uit zich in de architectuur en inrichting van het kerkgebouw: de ramen, de beelden en in de zang.

De zondag heeft ook iets feestelijks: velen van ons hebben de gewoonte om, thuis gekomen van de mis, iets lekkers te nemen bij de koffie.

Juist het verzoenende, dat we in de Kerk vieren en in het sacrament ook aan den lijve mogen ervaren, kan onze ogen openen voor al het goede dat er in de schepping te vinden is.  

God gaf in den beginne de schepping aan de mens in beheer, om de schepping verder tot bloei te brengen. Als mensen zijn we Gods’ medewerkers. En naast onze inbreng om de schepping tot z’n recht te laten komen, mogen we er ook het goede er van proeven.

Zolang we ons houden aan de kaders die God ons gegeven heeft, mogen we genieten van al het goede dat de schepping met zich meebrengt.

Want zodra we oog krijgen voor het goede van de schepping, komen we ook de goedheid van God zelf op het spoor. Al de kleine genietingen van dit aardse bestaan geven een vermoeden van het grote goed wat ons nog te wachten staat.

Zaak is wel dat we de schepping beheren op zo’n manier, dat zij tot volle bloei komt. Er mee rekening houdende, dat elk seizoen z’n eigen tijd heeft. En matigheid betrachten, opdat we de schepping en onszelf geen geweld aan doen.

Door enerzijds te genieten van het goede en anderzijds daarbij matigheid te betrachten, maken we een goede kans om in ons leven een bepaald evenwicht tot stand te brengen. En ons geloof helpt ons daarbij.

Jaap Scholten