Pastorale Column maart 2020

Teken van Verbond

En God sprak tot Noach: Dit is het teken van het verbond, dat Ik instel tussen Mij en u, en alle levende wezens die bij u zijn, voor alle geslachten. Ik zet mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen Mij en de aarde.  Genesis 9,12-13

In Nederland is de regenboog een vaak voorkomend verschijnsel. Toch zijn er weinig mensen die bij het zien van de regenboog onmiddellijk denken aan een teken van God. Natuurlijk: menige christelijke basisschool draagt de naam van de regenboog en ik weet zeker dat die naam dan verwijst naar het Verbond tussen God en zijn mensen. Maar voor het overige vinden wij de regenboog vooral mooi. Wij zien een natuurverschijnsel: het is een weerspiegeling van zonlicht in de waterdamp van de regenwolken. De lichtbreking zorgt voor de kleuren. Mooi om te zien, niks goddelijks aan.

De tijdgenoten van Noach wisten niks van lichtbreking en hun wereldbeeld verschilt enorm van het onze. Hun wereld was opgebouwd uit drie delen: de hemel waar God woont, de platte aarde waar mensen leven en daaronder de oerzee met kwade machten. Bij hun leven hoorde een fundamentele angst voor de kwade geesten uit de onderwereld. Een verhaal over God die een verbond met ons sluit, had destijds een bezwerende functie.

Nou zouden wij kunnen denken: ach, die onwetende mensen van vroeger, waren bang voor onweer en zagen overal boze geesten. Maar dat is wat kort door de bocht. Ook al zijn we niet meer zo bang voor onweer, toch zit de bestaansangst er nog diep in. De vroegere boze geesten hebben andere namen gekregen: kanker, verkeersongelukken, wiegedood, Coronavirus, enz.

Ter bezwering schakelen wij de techniek in. Wij geloven dat kreukelzones ons door de ergste botsingen loodsen; we leggen baby’s op hun rug te slapen in de veronderstelling dat zij dan geen gevaar lopen; we dragen mondkapjes om immuun te zijn voor nare infecties. Airbags, slaaphoudingen en verbandmiddelen, het zijn moderne regenbogen. Zo bezweren wij vandaag onze angsten, met zelfgemaakte tekenen.

Ik ben wel eens jaloers op Noach en zijn tijdgenoten. Niet vanwege de onwetendheid en de primaire bestaansangst. Wel vanwege hun realisme. Als het aankomt op bestaanszekerheid zijn ook moderne mensen aangewezen op machten die hen overstijgen.

De Veertigdagentijd die nu aanbreekt, vat ik op als een uitnodiging. Het is een invitatie om (weer) contact te maken met de goede macht in ons bestaan. Wanneer we daarin slagen, zullen we realistischer worden over wat we wel en niet kunnen. Het geloof in God verandert op zichzelf niets aan ons menselijk lot noch aan onze onmacht. Wel kan dat geloof ons doen beseffen, dat we niet aan een blind noodlot zijn overgeleverd. Dezelfde God die een verbond met ons aangaat in de zomertijd van ons leven, zal ook met ons zijn in de winter. Onze verwachting mag grond vinden in Gods belofte van nabijheid en bescherming, wat er ook gebeurt.

André van Boven

Reacties zijn gesloten.