Pastorale Column november/december 2019

‘Ze bestaan dus toch nog….’

Onlangs waren mijn man Ad en ik 40 jaar getrouwd en – zoals dat toch vaak gebruikelijk is – gingen wij een nieuwe ‘outfit’ aanschaffen. Toen de verkoopster hoorde wat de reden van onze aankopen was, riep ze spontaan uit: ‘ze bestaan dus toch nog!’

Die uitspraak blijft bij mij nu al een paar weken hangen en komt steeds weer bovendrijven in verschillende situaties. 40 Jaar samen: kiezen voor elkaar, je best doen, geven en nemen, met ups en downs enz. U kent allemaal wel de geijkte uitspraken en ze zijn alle waar!

Maar….. ‘ze bestaan dus toch nog…’ geldt ook voor vele andere verbintenissen. Wie vrijwilligerswerk doet, herkent dat, evenals de uitspraken hiervoor genoemd! Hoeveel vrijwilligers zijn er al niet heel veel jaren en soms echt wel 40 jaar actief in verenigingen en ook in onze kerken? De laatste weken merken we dat weer nadrukkelijk, omdat een aantal van die zo hele trouwe vrouwen en mannen het nu echt tijd vinden worden om te stoppen vanwege hun leeftijd en/of gezondheid of anderszins. En hoe verschrikkelijk jammer we dat ook vinden, ze kunnen rekenen op ons aller begrip en vooral de grote waardering voor wat zij voor clubs en onze geloofsgemeenschappen hebben gedaan en betekend.

Ze bestaan dus echt nog! Nóg wel…..

Want tegelijkertijd worden we geconfronteerd met de onmacht van in eerste instantie deze zelfde mensen, die vaak haast wanhopig en tevergeefs hebben gezocht naar opvolging.

En dat deden en doen ze omdat ze het werk zo lang met (meestal) veel plezier en grote toewijding hebben gedaan en zo graag willen dat er continuïteit zal zijn. Dat het werk dóórgaat! Maar…. bestaan ‘ze’ nu ook nog?

En natuurlijk… een verbintenis voor 40 jaar aangaan, kan/wil bijna niemand, zeker niet als het gaat om werk of vrijwilligerswerk. Die tijd is voorbij, maar wat zou ik – en met mij vele vrijwilligers – het ook anderen gunnen om gewoon eens een tijdje mee te doen en te ervaren. Je tijd en energie geven aan iets, waar je warm voor loopt, wat je belangrijk vindt en waarvan je graag wil dat het doorgaat.

Want ja ‘ze bestaan zeker nog’: mensen, die heel graag naar de kerk komen voor vieringen, voor gespreksgroepen, voor koffieochtenden en er bestaan nog steeds ouders die zo graag willen dat hun kind gedoopt wordt in onze kerk of deelneemt aan de voorbereidingen op de Eerste Communie of Vormsel. Maar ook wanneer het levenseinde van een dierbare daar is, rekenen zij op ‘de kerk’.

En daarvoor zijn we ook kerk samen, maar dat vraagt wel actieve mensen om mee te werken. De kosters zijn vrijwilligers, evenals de koren. Beide groepen onontbeerlijk waar het gaat om vieringen zoals genoemde. Zonder werkgroepen en mensen, waarop we kunnen en mogen rekenen, kan er bijna niets gebeuren in de kerk. De pastor/voorganger kan niet ook nog de kerk schoonmaken, de deur openen, de kaarsen aansteken, de verwarming aanzetten, de boekjes kopiëren, de zang verzorgen en vult u zelf maar in wat allemaal nog verder nodig is ter voorbereiding van en tijdens vieringen en andere activiteiten, die horen bij ons samen kerk-zijn als gelovigen.

Bestaan ze nog? Bestaan er nog zulke mensen? Voelt u zich aangesproken? Sta dan op en meld u! We hebben u nodig, hoe oud maar vooral ook hoe jong u/je bent!

Niet voor 40 jaar, maar voor misschien maar een bepaalde periode of een paar jaar.

Want zonder u/jou kunnen we anders vragen: ‘bestaan ze nog, die geloofsgemeenschappen?’

Jeanne Gerretzen-Veldhuis, parochiemedewerkster

Reacties zijn gesloten.