Pastorale Column september 2021

Een nieuw seizoen

Toen ik in 1993 begon als pastorale beroepskracht in Nootdorp kreeg ik half augustus een telefoontje van de redactie van het parochieblad. Of ik een stukje in het septembernummer wilde schrijven. ‘Waarover moet het gaan?’, vraag je dan. ‘Doe maar wat over het nieuwe werkseizoen.’ En daar zit je dan achter een leeg vel papier (computers waren nog niet zo gewoon).

Geen idee wat ik er toen van heb gemaakt. Evenmin wat ik er de jaren daarna voor heb bedacht. Want bijna ieder jaar kwam half augustus diezelfde vraag weer terug. Bij benadering weet ik wél, wat ik al die keren niet heb geschreven.

Het zal niet zijn gegaan over zoiets als ‘onzekerheid’. De vraag of we vieringen kunnen bijwonen en met hoeveel dan, de zorg of mensen de weg naar de kerk nog terug gaan vinden, de spanning of het koor wel weer wil zingen, of de Communieviering weer mag. Dat zijn al die tijd vanzelfsprekende zaken geweest die voor ons aanvoelden als rotsvaste zekerheden. Geen enkele aanleiding om die in twijfel te trekken.

Over ‘eenzaamheid’ zal ik evenmin veel gezegd hebben. De gemeenschap van de kerk is tot anderhalf jaar geleden voor ons allemaal een vaste waarde geweest. Menigeen putte kracht en goede moed uit dat uurtje koffie drinken na de viering. Voor sommige mensen betekende het zelfs de grootste invulling van hun sociale leven. Daar is de kerk voor uitgevonden, toch?

Uitweiden over een ‘geschrapte bedevaart’ is zeker niet aan bod gekomen. De tochten naar Kevelaer, Lourdes, Rome en het Heilige Land die ik wilde maken, zijn nooit niet doorgegaan. Wat zal ik dan schrijven over het verlangen naar een bezoek aan de grot, naar bidden bij de Genadekapel, naar thuiskomen in Jeruzalem, naar zingen in de Maria Maggiore? Of over het gemis van dat bij-elkaar-horen-gevoel dat alleen pelgrims kennen.

Dit zijn allemaal dingen, waaraan ik in de voorbije jaren geen moment aandacht heb besteed. Laat ik dat dan nu, voor dit stukje, ook maar niet doen. Wie dat echt wil, kan het nieuwe seizoen gek genoeg op dezelfde manier beginnen als al die eerdere seizoenen. Bij de start van het kerkelijk werkjaar in 2021 wens ik ons allemaal twee dingen toe. Allereerst het vertrouwen, dat de goede Geest die uitgaat van God de Vader ons altijd zal brengen in het spoor van God de Zoon. En daarnaast de blijheid, die kenmerkend is voor elke mens die gaat op de weg van Christus.

André van Boven