Pastorale Column september 2022

Het leven vieren.

 Terwijl ik dit schrijf worden in Hasselt voorbereidingen getroffen voor het jaarlijkse Euifeest. Vorig jaar werd dit op kleine schaal gevierd met alleen verlichting door de hele stad en de straat BBQ, alles op kleine schaal. Nu de Corona op zijn retour is pakt men ook in Hasselt weer uit. De campercamping is voorzien van een grote feesttent, de kermis aan de kade van Zwarte Water wordt ook opgebouwd. Een week lang zal Hasselt bruisen en zullen velen vrolijke momenten beleven van ontmoeting en ontspannen. Hasselt vormt geen uitzondering op vele dorpen en steden in het zomerseizoen. Doel van al deze activiteiten is: samenkomst, ontmoeting en ontspanning. Heel hard nodig om als gemeenschap te laten zien en horen dat de lokale samenleving leeft.

Als ‘voorproefje’ op Euifeest mocht ik mijn neven en nichten ontvangen voor een reünie. Het kwam de afgelopen paar jaar te vaak voor dat we elkaar alleen nog zagen bij overlijdens. Dat moest toch anders, want in onze jonge jaren spendeerden we onze zomervakanties altijd met logeerpartijen bij tantes en ooms. Met het ouder worden verwaterden de intense contacten. Wat een feest was het om weer eens met z’n allen bij elkaar te zijn. Ieder had ook iets gekookt wat we van onze ouders hadden geleerd. (Ja, Indisch eten natuurlijk!) Een van mijn neven had zelfs een Indonesische betjah geregeld en kwam daarmee de Heilige Stede binnenrijden. Hilariteit alom. We deelden onze gezamenlijke geschiedenis van jaren geleden, maar ook vertelden we elkaar over onze gang door het leven. Naar ieder werd aandachtig geluisterd. De leuke, grappige en serieuze herinneringen over tantes en ooms werden breeduit gemeten. Maar ook onze eigen levenservaringen werden gedeeld. En zoals vaak na lang weerzien was het allemaal alsof het gisteren was gebeurd en beleefd.

Ik was even niet ‘de pastoor’ maar gewoon neef Ton. We waren ons zeer bewust van ons gezamenlijk verleden maar ook van ons heden en onze toekomst. Het verleden koesterden we als een stevige grond waarop wij ons leven hebben kunnen bouwen. Een verleden van gedwongen Nederlands-Indië moeten verlaten, de niet zo hartelijke ontvangst in Nederland, de familie bijeenkomsten en vakanties. Maar ook de kansen die we hebben genomen en ons hebben gebracht naar het heden van studie, relatie en werk, van vreugde en verdriet. Dwars door dat alles heen klonk het vertrouwen in de toekomst. Dankbaar voor wat achter ons ligt, dankbaar voor waar we staan en uitzien naar de dag van morgen. Wij vierden het leven.

Diep in mijn hart koester ik het verlangen dat wij ook als geloofsgemeenschappen zoiets dergelijks zouden mogen beleven.

Pastoor Ton Huitink