Aswoensdag en Veertigdagentijd
Met de mooie winterse koude achter ons, waarin we ook werden getrakteerd op een flinke portie sneeuw, worden we alweer uitgenodigd om onze gedachten te richten op de voorbereiding op Pasen 2026. Dit jaar begint de vastentijd op woensdag 18 februari met de viering van Aswoensdag. Redelijk vroeg dit jaar zou ik zeggen. Nog maar zes weken, op het feest van de doop van de Heer hebben we de Kersttijd afgesloten.
De geboorte van het Christuskind hebben we nog vers in onze gedachten en mogen we onze gedachten richten op de moeilijke weg die dit Christuskind moet gaan. Parallel aan Zijn levensweg mogen wij onze weg gaan gedurende veertig dagen, te beginnen op Aswoensdag door onszelf in een nederige houding van bewustzijn van onze menselijke tekorten met de gewijde as te laten tekenen. Zo maken we een begin met een houding van boete en verlangen tot bekering.
Ik heb nog eens nader gezocht hoe onze Vastentijd, ook bekend als Veertigdagentijd, is ontstaan. Aanvankelijk bestond de voorbereiding op het Paasfeest niet uit veertig dagen boetedoening en vasten, maar uit drie dagen. Deze begon met de viering van Witte Donderdag tot en met de Paaswake. (Wij kennen die drie dagen tegenwoordig als het Paastriduüm, Triduüm Sacrum).De vieringen in deze drie dagen vormden altijd al één doorlopende viering. Dat is ook de reden dat in al deze vieringen dezelfde priester celebreert.
Van de gewoonte van drie dagen voor Pasen te vasten werd al vroeg afgeweken. Men gebruikte vervolgens de hele Goede Week (vanaf Palmzondag) voor boetedoening en om te vasten. Het is pas sinds de derde eeuw dat de veertig dagen voor Pasen werden vastgesteld als tijd van vasten en boetedoening. Gedurende de laatste drie dagen onthield men zich aanvankelijk helemaal van het nuttigen van voedsel.
De kerk leert dat zondag de vasten niet geldt. Op zondag wordt namelijk het wekelijks Pasen gevierd. Het is daarom dat door paus Gregorius de Grote (590-604) is vastgesteld dat zesenveertigdagen voor Pasen de Veertigdagentijd moest beginnen. Als je dan de zondagen in die periode niet meetelt, kom je uit op veertig dagen. Het ligt voor de hand dat die veertig dagen een verwijzing zijn naar de veertig dagen dat Jezus in de woestijn verbleef. Ook kan een parallel worden getrokken naar het volk Gods dat veertig jaar in de woestijn verkeerde.
De kern van Aswoensdag is de herinnering aan onze vergankelijkheid. Getekend worden met as verwijst naar de zuivering door het vuur dat de as tot stand heeft gebracht.
Gedurende veertig dagen worden gelovigen aangespoord om zich te beperken in allerlei zaken, zoals voedsel en drank. De Nederlandse Bisschoppenconferentie heeft in 1989 bekend gemaakt: “Wij bepalen dat Aswoensdag en Goede Vrijdag dagen van verplichte vasten en onthouding in spijs en drank zijn en dat verder het bepalen van de wijze van de beoefening van boete en onthouding aan het eigen geweten en initiatief van de gelovigen wordt overgelaten.”
In het zuiden van ons land kent men op vele plaatsen de gewoonte om op Aswoensdag haring te eten (haring happen genaamd). Dit als afronding van de Carnaval activiteiten en de redenering dat vis geen vlees is.
Ik wens ons allen een heel mooie en inspirerende Veertigdagentijd toe.
Pastoor Ton Huitink